“De glühwein heeft het gehaald van de cultuur.”
De nieuwe corona-maatregelen slaan bij de cultuursector in als een bom.
Doen we er nog wel toe?
Voor onze eigen cultuurminister duidelijk niet.
Al moet ik toegeven: ook ik kan mij soms de vraag stellen of het er eigenlijk wel toe doet waar ik mee bezig ben.
Wanneer ik mijzelf vergelijk met verplegers, kinderverzorgsters, psychologen, virologen, straathoekwerkers, … noem maar op.
Wat zij verwezenlijken, is dat maatschappelijk niet oneindig relevanter dan gewoon hier en daar wat mooie muziekskes gaan spelen?
Zij dragen zorg voor de maatschappij, voor onze medemens, en zetten zichzelf daarbij opzij.
Terwijl wij muzikanten vooral met onszelf bezig zijn, zoveel dat we zelfs een eigen website menen nodig te hebben of - godbetert - een blog over onszelf durven schrijven!
Wel, voor al mijn mede-muzikanten (en bij uitbreiding: alle cultuurmakers) die soms met die twijfel worstelen wil ik toch even de volgende anekdote vertellen.
Vorige week was Joey Baron te gast op het conservatorium van Antwerpen.
Joey Baron is een bekende jazz-drummer.
Joey Baron is - in bijberoep - ook één van mijn grootste helden.
Het is een feest om hem aan het werk te zien.
Hij heeft altijd zo ontzettend veel plezier in het spelen dat je niet anders kan dan er zelf vrolijk van worden.
Hoe lang je ook in de file hebt moeten staan, of hoe aangebrand de cake uit de oven is gekomen, Joey Baron maakt het allemaal weer goed met zijn big smile.
En Joey Baron is niet zomaar een drummer, nee, hij schildert.
Met een ongeëvenaarde fantasie, subtiliteit en speelsheid weet hij een weelderig palet aan kleuren uit zijn instrument te toveren.
Pure poëzie.
Wel, die Joey Baron kwam dus een masterclass geven op het conservatorium.
Het werd een heel bijzondere masterclass.
Veel muziek werd er niet gespeeld.
Joey wou ons vooral vertellen over waar muziek echt over gaat.
Niet over virtuositeit.
Niet over onze ego’s.
Niet over laten zien dat we die coole riff aan 300 bpm (beats per minute) uit ons instrument kunnen rammen.
“Imagine that lady entering the club where you are playing” zei hij.
(tip: een sappig Amerikaans accent is een meerwaarde bij het lezen.)
“She has three screaming kids at home, her husband just died…
She’s not waiting to hear you play 7 over 4.
She doesn’t give a sh*t!
You have to give her something to lean on for the next week.
Something that gets her through.
You can make the difference for her.
Yes, I take it thát seriously.”
Zijn overtuiging ontroerde mij diep.
Maar ik besefte ook dat hij gelijk had.
Muziek gaat over verbinding, over generositeit, over troost.
Als een heerlijk warm bad, waar het veilig is, waar we efkes samen in kunnen verdwijnen, ons helemaal in laten onderdompelen, om daarna met nieuwe moed en een warm hart weer boven water te komen.
Muziek maakt de wereld tot een mooiere plek om in te leven.
En als er iets is waar we nood aan hebben in deze donkere tijden dan is het wel schoonheid, warmte, troost.
Yes, I take it thát seriously.