Het moet 2004 of 2005 geweest zijn, toen ik Grigory Sokolov voor het eerst zag optreden.
‘t Was in Bozar, en hij speelde enkel Bach en Chopin.
Geen bombastische Rachmaninov voor deze bescheiden Rus/Spanjaard*, geen virtuoze Liszt, nee, enkel Bach en Chopin.
Daarmee palmde hij de hele Bozar in.
Van mijn sokken geblazen was ik.
Wat een poëzie, wat een vertelkracht!
Mijn handen konden niet ophouden met applaudisseren, als waren ze door de meester zelve gehypnotiseerd, samen met de handen van de 2000 andere luisteraars.
Negen (!) bisnummers later stapte ik lichtjes zwevend de koele Brusselse nacht in.
Járenlang heb ik het niet aangedurfd om opnieuw naar een concert van hem te gaan luisteren.
Deze overdonderende ervaring was immers toch onmogelijk te overtreffen?
Met zo'n hoge verwachtingen kon ik toch enkel teleurgesteld worden?
Tot in 2017.
Met een klein hartje kocht ik terug een ticket.
En vanaf de eerste noot begreep ik dat mijn vrees ongegrond was.
De Grigory is een reus.
Sindsdien sla ik geen concert meer over.
Gisteren was het weer zover.
Twee uur lang kon je in de bomvolle Bozar een speld horen vallen.
Het gemak waarmee deze human jukebox de muziekskes uit zijn mouw schudt heeft iets geruststellends.
De fijngevoeligheid die hij daarbij tentoonspreidt omhelst je als een warm dekentje op gure herfstdagen.
Stil maar, alles komt goed.
Ik zal nog een bisnummerke spelen.
En nog eentje.
En nog eentje.
En…
(zweef)
* De van oorsprong Russische Sokolov liet zich in augustus 2022 naturaliseren tot Spanjaard.
De man geeft al jaren geen interviews meer dus naar zijn beweegredenen is het raden.
Men vermoedt dat hij zich op die manier publiekelijk wil distantiëren van de Russische inval in Oekraïne.